Blog
 
Ik schrijf wekelijks een blog en maandelijks een vlog. Wil je op de hoogte gebracht worden van nieuwe blogs en/of vlogs? Vul dan het contactformulier in.

In welk opzicht ben je muzikaal? Muzikaliseer je les #6 - donderdag 23 mei 2019

 
Photo by sadmafioso on Foter.com / CC BY-NC
 
Hoe muzikaal ben je eigenlijk? Muzikaliseer je les #6
 
Muzikaliteit is typisch zo’n begrip dat je lijkt te ontglippen als je er goed naar kijkt [1]. Maar met enig doorgraven krijgt het toch handen en voeten. Hoe kijken onderzoekers en componisten nu naar muzikaliteit, en wat zijn daarvan de consequenties voor het muzikaliseren van een les?

Om te beginnen is muzikaliteit een aangeboren eigenschap. Het is bijvoorbeeld al meetbaar bij baby’s van twee dagen oud, die reageren op een ontbrekende downbeat (eerste tel van de maat) als ze luisteren naar een variërend ritme. [2] Daarnaast is muzikaliteit een kwestie van ontwikkeling. Los van je aanleg, ontwikkel je muzikaliteit als je veel met muziek bezig bent, als je omgeving een ‘muzikaal klimaat’ heeft [3].

Wat opvallend is, is dat ‘niet-musici’ net zo muzikaal zijn als musici. Er is hard bewijs voor dat musici en niet-musici in het luisteren wel heel erg op elkaar lijken, als je de muziek aanpast aan de luisteraar  [noot 4]. Dat is heel verfrissend. Muzikaliteit is dus niet voorbehouden aan mensen die conservatorium gedaan hebben en heel veel geoefend hebben. Zeg dus nooit meer: ik ben niet muzikaal’ als je echt van muziek houdt!

Wie het leren wil muzikaliseren, zoals ik, zal onder ogen moeten zien dat er mensen zijn die écht niet van muziek houden. Het doet hen eenvoudigweg niets [5]. Deze mensen kunnen best het ene instrument van het andere onderscheiden. Maar zelfs de mooiste melodie raakt hen niet. Om hoe veel mensen gaat het? Om de gedachten te bepalen kun je hierbij uitgaan van een orde van grootte van 4-5% [6].

Wat het begrip muzikaliteit echt een stap verder brengt, is dat er verschillende soorten muzikaliteit onderscheiden kunnen worden, met soms grote verschillen per individu. De één heeft meer met ritme dan de ander. De één is een luisterjunk, de ander is vooral een sociale luisteraar. Weer een ander verzamelt alles wat los en vast zit over een bepaalde artiest. Het zijn allemaal vormen van muzikaliteit. Mas Herrero en collega’s (7) hebben een heel mooi onderzoek gedaan. Zij maken daarin die verschillen concreet, zoals ik verderop in dit artikel laat zien.


Grafische weergave van mogelijke individuele verschillen Bron: zie noot [7]
 
Muzikaliteit als vermogen om plezier te beleven aan muziek

Als ik op basis van mijn korte onderzoek naar muzikaliteit een omschrijving zou moeten geven van muzikaliteit, dan spreekt mij de omschrijving van componist Manneke het meest aan: "Muzikaliteit is een soort antenne voor muziek. Dat hoeft niet te betekenen dat iemand een drumstel of piano moet kunnen bespelen, maar dat hij gevoel heeft voor muziek” [3]. Muzikale mensen zijn ontvankelijk voor muziek. Ik zou nog een stap verder willen gaan: mijn definitie is: Muzikaliteit is het vermogen om plezier te beleven via muziek!

Individuele accenten

Dat sluit dan meteen goed aan bij het elegante onderzoek van Mas Herrero en collega’s naar de individuele verschillen in die plezierbeleving via muziek [7]. Dit is zo’n onderzoek waar ik blij van wordt. Vanuit een gedegen basis proberen ze in feite ‘muzikaliteit’ meetbaar te maken via een vragenlijst. Het wordt gekoppeld aan het plezier dat muziek je kan geven.

Hun onderzoek leverde op dat je via 20 vragen verdeeld over 5 categorieën de muzikaliteit, in de zin van het plezier beleven aan muziek, goed kunt meten. De ruim 800 deelnemers die onderzocht werden konden via scores aangeven in hoeverre ze het eens waren met bepaalde uitspraken. In de tabel hieronder staan de vragen die ze, per categorie, moesten beantwoorden.

 
5 dimensies van muzikaliteit Bron: zie noot 7. (Eigen vertaling uit het Engels)
 
Mooi zoals de onderzoekers, wat mij betreft, muzikaliteit hiermee ‘handen en voeten’ geven. Wat ook zo bruikbaar is aan deze vragenlijst dat het plezier dat je aan muziek beleeft niet of nauwelijks afhangt van de vraag of je zelf muziek maakt. Meteen komen de beelden in mijn hoofd als trainer, want wat is er leuker om mijn workshops te beginnen met een enquête voor de deelnemers die hen persoonlijk inzicht geeft, gevolgd door een uitwisseling over persoonlijke muziekervaringen?!!  [8]

Latere onderzoeken van deels dezelfde onderzoekers [5,9] maken duidelijk dat de uitkomsten van hun enquête een neurologische basis hebben. Wat ook duidelijk wordt is dat een kleine groep mensen blijkt géén plezier bij het luisteren naar muziek te ervaren, terwijl ze prima in staat zijn om dat op een ander vlak (bij het onderzoek een spelopdracht gekoppeld aan geld verdienen) plezier te ervaren. Zij zeggen dat niet alleen, ze vertonen ook niet de gebruikelijke lichamelijke reacties op prettige muziek, zoals een verhoogde huidweerstand en snellere hartslag.  Voor mij is ook het beeld gekanteld dat ‘ieder mens in meer of mindere mate muzikaal is’. Die glijdende schaal is er nog steeds, maar het dringt met dit gewoon meer dóór dat er echt ‘a-muzikale’ mensen zijn in de zin dat ze er geen plezier aan beleven.

Kantelende beelden

De inzichten over muzikaliteit kleuren zo mijn beeld verder in! Wat zijn de consequenties hiervan voor de trainer of docent die het leren wil muzikaliseren? Ten eerste is het belangrijk om oog te hebben voor degenen, die echt niets met muziek hebben. Ten tweede is de vraag: hoe verschillend kunnen je leerlingen zijn als het gaat om muzikaliteit en wat betekent dat voor mijn les? Ten derde: Je hoeft geen muziekdocent te zijn om muziek te gebruiken in je les: je bent zelf muzikaal genoeg, dus laat dat geen drempel zijn!
 
Hieronder 4 tips in het verlengde van deze inzichten.

1     Ga uit van het fenomeen dat er ‘soorten muzikaliteit’ zijn. Onderzoek hoe dat zit bij jezelf,  in je klas of deelnemersgroep. Deze inzichten worden deel van hoe je het leren kunt muzikaliseren. Het didactisch kader waar ik vanuit ga, past heel goed bij de 5 soorten muzikaliteit van Mas-Herrero en collega’s, dus daar zijn veel aanknopingspunten waar ik later nog op terugkom (zie alvast de figuur hieronder).
 

 
2     Wees voorzichtig met het uitgangspunt: iedereen is muzikaal. Want ja ze zijn er, mensen die niet muzikaal zijn. Wees er op bedacht dat er iemand in je klas zal zitten die niet zit te wachten op muziek in de les! Leer deze enkeling kennen en neem hem of haar mee in je lesontwerp op maat en zoek naar andere ‘hooks’ dan alleen muzikale! Meer tips in een later artikel.
3     Musici en niet musici lijken qua muzikaliteit veel meer op elkaar dan we vroeger dachten. Ben je geen musicus en hou je van muziek? Wees dan overtuigd van je muzikale vermogen en gebruik muziek in de les. Muzikaliseer je les op basis van je eigen didactische inzicht.
4     Ben je muziekdocent? Wees dan niet al te strikt in je muziekleer en geef ruimte aan de ‘eigen muzikaliteit’ van een kind. Natuurlijk, ook in muziekonderwijs moet een leerling zich bepaalde muzikale vaardigheden eigen maken binnen een bestaand kader. Maar het is het belangrijk dat ze leren dat ze iets eigens en iets oorspronkelijks daaraan kunnen toevoegen. Laat hen improviseren en componeren, misschien wel met behulp van een eigen notenschrift. Stel open vragen en verken de muzikale eigenheid van ieder: op welke manier ben jij muzikaal?

Achtergrondinformatie en noten.

Wil je meer weten over het onderwerp ‘hoe kun je het leren muzikaliseren’, download dan mijn whitepaper. Hieronder volgen de noten waarnaar ik in de tekst verwijs.
 
 
[1]  Je kunt enorm veel eigenschappen toekennen aan ‘muzikaliteit’. Om die reden kun je uiteindelijk iedereen muzikaal noemen. Als je niet uitkijkt wordt het begrip een vergaarbak van jewelste. Maakt bijvoorbeeld het kunnen herkennen van een muziekinstrument, bijvoorbeeld een trompet, je al muzikaal? Aan de andere kant is er de nogal ingebakken gewoonte om muzikaliteit exclusief te verbinden aan het volgens bepaalde normen kunnen zingen of bespelen van een instrument. Hoe vaak hoor ik niet: "Ik ben niet muzikaal, want ik kan geen wijs houden….!”. Muzikaliteit is zo veel meer, zo veel dichterbij, zo veel gewoner. Tussen beide uitersten bewegen zich allerlei standpunten. Een daarvan is bijvoorbeeld: Is het gekoppeld aan muziek kunnen maken of ook aan muziek  luisteren. Of aan allebei?
[2] Henk Jan Honing in Volkskrant 14 november 2009 (Wim Wirtz) https://www.volkskrant.nl/wetenschap/muzikaal-zijn-we-allemaal~b003f809/ uit ‘Muzikaal zijn we allemaal’  Ik citeer uit hert artikel: "Begin dit jaar publiceerde hij samen met Hongaarse collega’s de opzienbarende resultaten van een onderzoek bij baby’s van twee dagen oud, die waren volgeplakt met elektroden. Belangrijkste conclusie: pasgeborenen reageren op een ontbrekende downbeat (eerste tel van de maat) als ze luisteren naar een variërend ritme. Muzikaliteit lijkt dus een aangeboren eigenschap. Eerder had hij al samen met andere onderzoekers vastgesteld dat leken net zo goed naar muziek luisteren als professionele musici, afhankelijk van hun betrokkenheid. Soms horen ze zelfs meer.
[3] Componist Manneke in Liza Meurs en Fleur de Snoo (2007) Iedereen is muzikaal: musici en onderzoekers over een omstreden begrip p 33,34 in ‘Kunst en Wetenschap’ UvA maart 2007. te vinden via  http://www.mcg.uva.nl/press/press-Images/Kunst&Wetenchap-maart-2007.pdf] 
[4] Honing in het hierboven (noot 3) genoemde artikel. Hij verbindt muzikaliteit met hoe je luistert, dus hij koppelt het los van het maken en dan vallen de verschillen tussen musici en niet musici weg. Dat geeft veel inzicht!
[5]: De mensen om wie het gaat geven niet alleen aan dat ze niet van muziek houden, ze vertonen ook niet de gebruikelijke lichamelijke reacties op prettige muziek, zoals een verhoogde huidweerstand en snellere hartslag. Het onderzoek sloot uit, dat het niet ervaren van beloning bij muziek niet veroorzaakt werd door het feit dat hun beloningssysteem niet goed functioneerde, want dat deed het verder prima bij een geldspel!  E. Mas-Herrero, Zatorre R.J., Rodriguez-Fornells A. and Marco-Pallare J. (2014) Dissociation between Musical and Monetary Reward Responses in Specific Musical Anhedonia Current Biology 24, 699–704, March 17, 2014 Elsevier Ltd All rights reserved http://dx.doi.org/10.1016/j.cub.2014.01.068 )
[6]: Amuzikaal zijn is de grote uitzondering, (artikel in de Volkskrant, 18 juni 2011, door Henkjan Honing, Erik Scherder en Dick Swaab). Zij stellen: "Amuzikaal zijn is in feite de grote uitzondering. Het wordt amusia genoemd en bestaat uit een verzameling erfelijke (of door een hersenbeschadiging ontstane) afwijkingen in het herkennen of reproduceren van melodieën en ritmes. Naar schatting vier procent van de mensen in het Westen heeft er in meer of mindere mate last van” Wat ik zelf wel uit een eerder onderzoek van Mas-Herrero haal (noot 7) is dat 5.5% van de mensen die in het algemeen wél vreugde kan ervaren niettemin ‘laag’ scoorde op ‘het plezier beleven aan muziek’. Wat dan ‘laag’ is, is natuurlijk subjectief. Neem het zekere voor het onzekere en ga er van uit, dat in elke klas wel iemand kan zitten die aan muziek geen plezier beleeft. Het volkskracht artikel is te vinden via https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/amuzikaal-zijn-is-de-grote-uitzondering~bbe96bcc/ 
[7] Mas-Herrero, Ernest, Marco-Pallarés, J; Lorenzo-Seva, U.: Zatorre, R; Rodriguez-Fornells, A (2013) Individual Differences in Music Reward Experiences Music Perception: An Interdisciplinary Journal, 10.1525/mp.2013.31.2.118 te vinden via: https://www.researchgate.net/publication/259731556_Individual_Differences_in_Music_Reward_Experiences
[8]: Die enquête komt in mijn toolbox! Wil je op de hoogte blijven, geef dan een seintje.
[9] in 2016 toonden onderzoekers aan, dat er verschil bestond in de neurale netwerken van mensen die wel en mensen die niet van muziek hielden. Ik citeer verder prof Scherder over dit onderzoek: "De resultaten laten zien dat de activiteit in de nucleus accumbens (NA) veel lager is tijdens het luisteren naar muziek bij mensen die niet van muziek houden. De nucleus accumbens is hét gebied dat actief wordt als we dingen fijn vinden, naar dingen verlangen. En….. de verbinding tussen de rechter auditieve schors (STG: superior temporal gyrus) en de nucleus accumbens was veel minder sterk (…) Muziek wordt normaal gesproken waargenomen in de auditieve schors. Met andere woorden: de verbinding tussen dat deel van de hersenen waar muziek wordt waargenomen (STG) en het gebied waar het ‘intensief verlangen naar’ plaatsvindt (nucleus accumbens), is veel minder sterk bij mensen die niet van muziek houden” (p104) in Scherder 2017 ‘Singing in the brain’ Amsterdam: Athenaeum. Het onderzoek van 2016 waar het om gaat is overigens van: N. Martínez-Molina, Mas-Herrero E., Antoni Rodríguez-Fornells A., Zatorre R.J. and Marco-Pallarésa, J. (2016) Neural correlates of specific musical anhedonia Online te vinden via https://www.pnas.org/content/113/46/E7337   

Reacties:

Er zijn nog geen reacties op dit bericht geplaatst.


Reageren:


Terug naar de vorige pagina >